Vertrouwen in technologie en fantasie is de enige weg
We horen het maar al te vaak, technologie is een ijzersterk wapen tegen werkloosheid, een bron van eindeloos veel nieuwe banen. Zo op het eerste gezicht kunnen we het daar mee eens zijn. Iedereen kijkt digitaal televisie en telefoneert mobiel, gps brengt ons in 99,9 procent van de gevallen heel precies tot bij het ingevoerde adres, uw huisarts geeft u niet langer een onleesbaar maar netjes geprint voorschrift mee en peuters worden met een iPad koest gehouden. Het lijkt alsof we alles al hebben, maar ik denk dat dat een vergissing is. Ik ben ervan overtuigd dat ons nog heel veel technologisch moois te wachten staat. De informatie- en communicatietechnologie is amper volwassen en er zijn nog talloos veel groeimogelijkheden. Er liggen kansen voor het grijpen waarvan we vandaag nog niet het minste benul hebben.

Nu Europa in een bijzonder diepe crisis verkeert, zullen velen hier natuurlijk levensgrote vraagtekens bij plaatsen. Een paar dagen geleden nam ik de trein, een late trein. De twee mannen aan de andere kant van de middengang zaten keurig in het pak. Hun op het eerste gezicht peperdure notebooks lieten me vermoeden dat het kaderleden waren. Waaraan ze werkten kon ik niet zien, misschien bekeken ze de zoveelste spreadsheet van die dag.
‘Godgeklaagd,’ zei de een, ‘kan die trein nu nooit op tijd vertrekken?’ ‘Valt vandaag nog mee,’ antwoordde de ander, ‘dat kwartiertje vertraging valt echt wel mee. En er is misschien hoop. Er zijn al metrostellen die volkomen automatisch rijden, zonder bestuurder aan boord, en ze doen dat bijzonder punctueel. Je kan er je klok gelijk op zetten.’ ‘Ja, ik weet het, maar al eens gedacht aan het aantal banen dat daardoor weer een keer verloren gaat? Niet te schatten.’ ‘Ook waar, de medaille heeft een keerzijde. En wees er maar zeker van dat ook wij niet echt op beide oren kunnen slapen. Wie weet worden onze spreadsheets binnen een paar jaar niet door een Indiër verwerkt?’ Mijn gok bleek te kloppen, het waren spreadsheets.
Ik begreep hun bange vermoeden. Al jaren worden colonnes arbeiders en bedienden geofferd op het altaar van de productiviteit en andermans gewin. Als er banen worden geschrapt, dan maar meteen duizenden, of tienduizenden. Niet in een lokale productie-eenheid, maar wereldwijd. In de hele Europese Unie verdwenen in drie jaar tijd, van 2008 tot 2010, niet minder dan vijf miljoen voltijdse banen.
Witteboordwerkloosheid
Vandaag lees ik dat uit een rapport van Eurostat, het Europese bureau voor statistiek, blijkt dat de werkloosheid in de eurozone in september is opgelopen tot een angstaanjagende 10,2 procent van de actieve bevolking, een zoveelste triest hoogtepunt. Niet alleen relatief eenvoudige handenarbeid – in zoverre die nog bestaat – maar ook witteboordenwerk wordt moeiteloos en in de mate van het mogelijke geluidloos naar andere continenten verschoven. Een baan voor het leven is voor de meesten van ons niet langer een certitude.
Als u buiten de kantooruren – en vaak zelfs al binnen die kantooruren – een callcenter belt, dan overschrijden uw stem en die van de vrouw of man aan de andere kant van de lijn, zonder dat we daar ook maar iets van merken, vele tijdzones. Die in bijna perfect Nederlands uitgesproken ‘goede avond, waarmee kan ik u van dienst zijn?’ kan – naargelang het moment van de dag of de nacht – evengoed uit Bangalore als uit São Paulo komen. Op zich geen probleem, beter dat dan van een opgenomen stem te moeten horen dat we na het weekend vanaf negen uur kunnen terugbellen en dat we dan wel zullen worden geholpen.
Problematisch daarbij is dat we met z’n allen, uitzonderingen even buiten beschouwing gelaten, te weinig onbevangen naar de toekomst durven kijken en daarbij een van onze allerbelangrijkste instrumenten, onze verbeelding, onze fantasie, onbenut laten. Alleen door ongeremd te fantaseren komen we tot innoverende technologieën die niet alleen ons leven een stuk aangenamer kunnen maken, maar ook echt zinvolle banen kunnen creëren. In de praktijk blijkt dat banen in de speerpunttechnologische sectoren het meest van de vele crises gespaard blijven.
Het 'probleem' ouderdom
Een van de maatschappelijke problemen waaraan ik in deze context onvermijdelijk moet denken is dat van de steeds ouder wordende bevolking. (Tussen haakjes, is het niet opmerkelijk dat we dit altijd een probleem noemen? Ouder worden, en vooral gezond ouder worden, is dat niet meer een zegen dan een vloek? Maar dat hier even terzijde.) We worden ouder, de meesten van ons blijven langer gezond en actief, maar toch laten de jaren uiteindelijk sporen na. Nieuwe informatie- en communicatietechnologie moet ervoor zorgen dat ouderen perfect veilig zo lang mogelijk in eigen huis kunnen blijven wonen, iets wat de meeste senioren zo vurig wensen, en toch sociaal niet van de rest van de wereld geïsoleerd raken. Al even belangrijk is het verder ontwikkelen van eHealth door middel van monitoringsystemen die dat veiligheidsgevoel alleen maar kunnen vergroten.
Gaat er toch iets fout en moet een oudere na bijvoorbeeld een val revalideren, dan komt hulp uit een wel heel onverwachte hoek: met aangepaste oefeningen op Kinect of Wii blijken ze een pak sneller te revalideren en die anders zo steeds weer terugkerende oefeningen bij de fysiotherapeut nog leuk te vinden ook. Ik zag beelden van senioren die anders niet eens uit hun luie stoel zouden komen, maar met de gameconsoles en de breedste glimlach op het gezicht aan hun conditie werkten. Meer nog, ze deden het samen, niet geïsoleerd in hun eigen huis, serviceflat of in kamer van hun rust- en verzorgingstehuis. Ze zochten er elkaar voor op. Het gebruik van gameconsoles is slechts een kleine maar toch belangrijke eerste stap.
Onderschat de ouderen onder ons overigens niet. Steeds meer van hen hebben de drempelvrees overwonnen en surfen als geen ander over het net. De tijd dat alleen de oma’s en opa’s met naar Australië geëmigreerde kleinkinderen aan het chatten gingen, ligt gelukkig ver achter ons. De senioren zijn echt wel mee, wie voor hen innoverende technologieën ontwikkelt betreedt een gigantische markt. En waar een markt is, worden banen gecreëerd.
De ouder wordende bevolking is slechts een van de vele domeinen waarop innoverende technologische ontwikkelingen ons kunnen helpen. Denk bijvoorbeeld aan de nijpende milieuproblemen en de steeds duidelijker wordende verandering van het klimaat. Halsoverkop alle bestaande, klassieke (kern)energiecentrales dichtgooien is geen optie. Daarvoor moet schone technologie eerst nog efficiënter worden gemaakt en moet ze in voldoende mate kunnen worden aangeboden. En omdat daar nogal wat haast bij is, kan het niet anders of het ontwikkelen van zulke technologie zal nieuwe banen creëren.
Een indrukwekkend voorbeeld daarvan zien we in Zuid-Korea. Samsung, ’s werelds grootste IT-bedrijf, heeft de echte behoeften van onze planeet begrepen en zet zwaar, zeg maar heel zwaar in op innoverende groene en medische technologie. In The Economist lezen we hoe Samsung de komende tien jaar 20 miljard dollar investeert in het verder onderzoeken en ontwikkelen van zonnepanelen, energiezuinige verlichting met leds, batterijen voor elektrisch aangedreven voertuigen, medische apparaten en dies meer.
Na infotainment komt voor de Zuid-Koreanen nu lifecare op de eerste plaats te staan. Niet alleen voor de eigen bevolking, maar voor de hele wereld. Bijvoorbeeld door het ontwikkelen van medische apparatuur die nu nog voor een groot deel van die wereld gewoon onbetaalbaar is. En geloof maar dat Samsung hierin zal slagen. Zuid-Korea is, zoals een aantal andere technologische grootmachten, al lang geen volger meer maar wel een leider. Niet alleen in het vlak van productie, maar vooral ook in dat van onderzoek en ontwikkeling. Vergeet niet dat wat het in de Verenigde Staten toegekende aantal patenten betreft, Samsung al vijf jaar alleen IBM voor moet laten gaan.
Schreeuwen om IT'ers
Vreemd blijft intussen dat jongeren, ondanks het feit dat ze fortuinen besteden aan iPhones en -Pads, aan mp3-spelers en blitse headphones, aan tablets en digitale fototoestellen, de weg naar een baan in de informatie- en communicatietechnologie maar niet lijkt te vinden. Althans veel te weinig van hen. Agoria, de Belgische sectorfederatie van de technologische industrie, schreeuwt om geschikte arbeidskrachten maar kan die toch zo moeilijk vinden. In de sector staan vele duizenden vacatures open en het ziet er niet naar uit dat snel beterschap kan worden verwacht.
Terwijl voor de meeste jongeren de technologische hebbedingen niet aan te slepen zijn, blijkt een baan in de ICT ze niet te kunnen bekoren. Zelfs lichtende voorbeelden van diegenen die in een garage hard- en software ontwikkelden en daarmee de basis legden voor gigantische bedrijven, zeggen hen niet veel. Het is en blijft opmerkelijk. Voor het onderwijs – en zeker niet alleen het hoger onderwijs – ligt hier een uiterst belangrijke opdracht klaar. Jongeren moeten worden gemotiveerd en inzien dat de arbeidsmarkt en zeker de technologische sectoren ervan ze nog wel degelijk kansen biedt. Hoopvol nieuws is er intussen gelukkig wel van de Europese Commissie. Die besliste drastische maatregelen te nemen om de economie een forse stimulans te geven. Dat kan volgens Europa door miljarden te investeren in een betere infrastructuur voor transport, energie en … communicatie. Van 2014 tot 2020 moet hieraan het niet onaardige bedrag van 50 miljard euro worden besteed. 9,2 miljard daarvan moet worden besteed aan het uitbouwen van snelle breedbandnetwerken en het ontwikkelen van voor alle Europeanen beschikbare nieuwe digitale diensten. We moeten ervan uitgaan dat die miljarden in hoofdzaak naar het ontwikkelen en toepassen van volkomen nieuwe technologieën zal gaan. Naar schonere technologie en naar technologie die een meer sociale maatschappij moet bewerkstelligen.
We moeten, zeker vandaag, vertrouwen dat het kan, we moeten vertrouwen in ons eigen technologische kunnen, vertrouwen in onze eigen fantasie. In tijden van historische schulden- en eurocrises misschien moeilijk, maar het is de enige weg. De weg naar een betere materiële, schone, gezonde en sociale toekomst. En, met Europees geld, de weg naar een Europa dat minder verdeeld zal zijn dan helaas vandaag nog altijd het geval is en beter de concurrentie met de zo sterk opkomende nieuwe mogendheden aankan. Wie weet leidt dit alles uiteindelijk zelfs tot stipt rijdende treinen.
Geschreven in Technologie | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken











