SciLogs International .com.be.es.de

Recentste blogposts RSS

Vertrouwen in technologie en fantasie is de enige weg

02. November 2011, 11:00

We horen het maar al te vaak, technologie is een ijzersterk wapen tegen werkloosheid, een bron van eindeloos veel nieuwe banen. Zo op het eerste gezicht kunnen we het daar mee eens zijn. Iedereen kijkt digitaal televisie en telefoneert mobiel, gps brengt ons in 99,9 procent van de gevallen heel precies tot bij het ingevoerde adres, uw huisarts geeft u niet langer een onleesbaar maar netjes geprint voorschrift mee en peuters worden met een iPad koest gehouden. Het lijkt alsof we alles al hebben, maar ik denk dat dat een vergissing is. Ik ben ervan overtuigd dat ons nog heel veel technologisch moois te wachten staat. De informatie- en communicatietechnologie is amper volwassen en er zijn nog talloos veel groeimogelijkheden. Er liggen kansen voor het grijpen waarvan we vandaag nog niet het minste benul hebben.



Nu Europa in een bijzonder diepe crisis verkeert, zullen velen hier natuurlijk levensgrote vraagtekens bij plaatsen. Een paar dagen geleden nam ik de trein, een late trein. De twee mannen aan de andere kant van de middengang zaten keurig in het pak. Hun op het eerste gezicht peperdure notebooks lieten me vermoeden dat het kaderleden waren. Waaraan ze werkten kon ik niet zien, misschien bekeken ze de zoveelste spreadsheet van die dag.

‘Godgeklaagd,’ zei de een, ‘kan die trein nu nooit op tijd vertrekken?’ ‘Valt vandaag nog mee,’ antwoordde de ander, ‘dat kwartiertje vertraging valt echt wel mee. En er is misschien hoop. Er zijn al metrostellen die volkomen automatisch rijden, zonder bestuurder aan boord, en ze doen dat bijzonder punctueel. Je kan er je klok gelijk op zetten.’ ‘Ja, ik weet het, maar al eens gedacht aan het aantal banen dat daardoor weer een keer verloren gaat? Niet te schatten.’ ‘Ook waar, de medaille heeft een keerzijde. En wees er maar zeker van dat ook wij niet echt op beide oren kunnen slapen. Wie weet worden onze spreadsheets binnen een paar jaar niet door een Indiër verwerkt?’ Mijn gok bleek te kloppen, het waren spreadsheets.

Ik begreep hun bange vermoeden. Al jaren worden colonnes arbeiders en bedienden geofferd op het altaar van de productiviteit en andermans gewin. Als er banen worden geschrapt, dan maar meteen duizenden, of tienduizenden. Niet in een lokale productie-eenheid, maar wereldwijd. In de hele Europese Unie verdwenen in drie jaar tijd, van 2008 tot 2010, niet minder dan vijf miljoen voltijdse banen.

Witteboordwerkloosheid

Vandaag lees ik dat uit een rapport van Eurostat, het Europese bureau voor statistiek, blijkt dat de werkloosheid in de eurozone in september is opgelopen tot een angstaanjagende 10,2 procent van de actieve bevolking, een zoveelste triest hoogtepunt. Niet alleen relatief eenvoudige handenarbeid – in zoverre die nog bestaat – maar ook witteboordenwerk wordt moeiteloos en in de mate van het mogelijke geluidloos naar andere continenten verschoven. Een baan voor het leven is voor de meesten van ons niet langer een certitude.

Als u buiten de kantooruren – en vaak zelfs al binnen die kantooruren – een callcenter belt, dan overschrijden uw stem en die van de vrouw of man aan de andere kant van de lijn, zonder dat we daar ook maar iets van merken, vele tijdzones. Die in bijna perfect Nederlands uitgesproken ‘goede avond, waarmee kan ik u van dienst zijn?’ kan – naargelang het moment van de dag of de nacht – evengoed uit Bangalore als uit São Paulo komen. Op zich geen probleem, beter dat dan van een opgenomen stem te moeten horen dat we na het weekend vanaf negen uur kunnen terugbellen en dat we dan wel zullen worden geholpen.

Problematisch daarbij is dat we met z’n allen, uitzonderingen even buiten beschouwing gelaten, te weinig onbevangen naar de toekomst durven kijken en daarbij een van onze allerbelangrijkste instrumenten, onze verbeelding, onze fantasie, onbenut laten. Alleen door ongeremd te fantaseren komen we tot innoverende technologieën die niet alleen ons leven een stuk aangenamer kunnen maken, maar ook echt zinvolle banen kunnen creëren. In de praktijk blijkt dat banen in de speerpunttechnologische sectoren het meest van de vele crises gespaard blijven. 

Het 'probleem' ouderdom
Een van de maatschappelijke problemen waaraan ik in deze context onvermijdelijk moet denken is dat van de steeds ouder wordende bevolking. (Tussen haakjes, is het niet opmerkelijk dat we dit altijd een probleem noemen? Ouder worden, en vooral gezond ouder worden, is dat niet meer een zegen dan een vloek? Maar dat hier even terzijde.) We worden ouder, de meesten van ons blijven langer gezond en actief, maar toch laten de jaren uiteindelijk sporen na. Nieuwe informatie- en communicatietechnologie moet ervoor zorgen dat ouderen perfect veilig zo lang mogelijk in eigen huis kunnen blijven wonen, iets wat de meeste senioren zo vurig wensen, en toch sociaal niet van de rest van de wereld geïsoleerd raken. Al even belangrijk is het verder ontwikkelen van eHealth door middel van monitoringsystemen die dat veiligheidsgevoel alleen maar kunnen vergroten.

Gaat er toch iets fout en moet een oudere na bijvoorbeeld een val revalideren, dan komt hulp uit een wel heel onverwachte hoek: met aangepaste oefeningen op Kinect of Wii blijken ze een pak sneller te revalideren en die anders zo steeds weer terugkerende oefeningen bij de fysiotherapeut nog leuk te vinden ook. Ik zag beelden van senioren die anders niet eens uit hun luie stoel zouden komen, maar met de gameconsoles en de breedste glimlach op het gezicht aan hun conditie werkten. Meer nog, ze deden het samen, niet geïsoleerd in hun eigen huis, serviceflat of in kamer van hun rust- en verzorgingstehuis. Ze zochten er elkaar voor op. Het gebruik van gameconsoles is slechts een kleine maar toch belangrijke eerste stap.




Onderschat de ouderen onder ons overigens niet. Steeds meer van hen hebben de drempelvrees overwonnen en surfen als geen ander over het net. De tijd dat alleen de oma’s en opa’s met naar Australië geëmigreerde kleinkinderen aan het chatten gingen, ligt gelukkig ver achter ons. De senioren zijn echt wel mee, wie voor hen innoverende technologieën ontwikkelt betreedt een gigantische markt. En waar een markt is, worden banen gecreëerd.

De ouder wordende bevolking is slechts een van de vele domeinen waarop innoverende technologische ontwikkelingen ons kunnen helpen. Denk bijvoorbeeld aan de nijpende milieuproblemen en de steeds duidelijker wordende verandering van het klimaat. Halsoverkop alle bestaande, klassieke (kern)energiecentrales dichtgooien is geen optie. Daarvoor moet schone technologie eerst nog efficiënter worden gemaakt en moet ze in voldoende mate kunnen worden aangeboden. En omdat daar nogal wat haast bij is, kan het niet anders of het ontwikkelen van zulke technologie zal nieuwe banen creëren.

Een indrukwekkend voorbeeld daarvan zien we in Zuid-Korea. Samsung, ’s werelds grootste IT-bedrijf, heeft de echte behoeften van onze planeet begrepen en zet zwaar, zeg maar heel zwaar in op innoverende groene en medische technologie. In The Economist lezen we hoe Samsung de komende tien jaar 20 miljard dollar investeert in het verder onderzoeken en ontwikkelen van zonnepanelen, energiezuinige verlichting met leds, batterijen voor elektrisch aangedreven voertuigen, medische apparaten en dies meer.

Na infotainment komt voor de Zuid-Koreanen nu lifecare op de eerste plaats te staan. Niet alleen voor de eigen bevolking, maar voor de hele wereld. Bijvoorbeeld door het ontwikkelen van medische apparatuur die nu nog voor een groot deel van die wereld gewoon onbetaalbaar is. En geloof maar dat Samsung hierin zal slagen. Zuid-Korea is, zoals een aantal andere technologische grootmachten, al lang geen volger meer maar wel een leider. Niet alleen in het vlak van productie, maar vooral ook in dat van onderzoek en ontwikkeling. Vergeet niet dat wat het in de Verenigde Staten toegekende aantal patenten betreft, Samsung al vijf jaar alleen IBM voor moet laten gaan.

Schreeuwen om IT'ers
Vreemd blijft intussen dat jongeren, ondanks het feit dat ze fortuinen besteden aan iPhones en -Pads, aan mp3-spelers en blitse headphones, aan tablets en digitale fototoestellen, de weg naar een baan in de informatie- en communicatietechnologie maar niet lijkt te vinden. Althans veel te weinig van hen. Agoria, de Belgische sectorfederatie van de technologische industrie, schreeuwt om geschikte arbeidskrachten maar kan die toch zo moeilijk vinden. In de sector staan vele duizenden vacatures open en het ziet er niet naar uit dat snel beterschap kan worden verwacht.

Terwijl voor de meeste jongeren de technologische hebbedingen niet aan te slepen zijn, blijkt een baan in de ICT ze niet te kunnen bekoren. Zelfs lichtende voorbeelden van diegenen die in een garage hard- en software ontwikkelden en daarmee de basis legden voor gigantische bedrijven, zeggen hen niet veel. Het is en blijft opmerkelijk. Voor het onderwijs – en zeker niet alleen het hoger onderwijs – ligt hier een uiterst belangrijke opdracht klaar. Jongeren moeten worden gemotiveerd en inzien dat de arbeidsmarkt en zeker de technologische sectoren ervan ze nog wel degelijk kansen biedt.

Hoopvol nieuws is er intussen gelukkig wel van de Europese Commissie. Die besliste drastische maatregelen te nemen om de economie een forse stimulans te geven. Dat kan volgens Europa door miljarden te investeren in een betere infrastructuur voor transport, energie en … communicatie. Van 2014 tot 2020 moet hieraan het niet onaardige bedrag van 50 miljard euro worden besteed. 9,2 miljard daarvan moet worden besteed aan het uitbouwen van snelle breedbandnetwerken en het ontwikkelen van voor alle Europeanen beschikbare nieuwe digitale diensten. We moeten ervan uitgaan dat die miljarden in hoofdzaak naar het ontwikkelen en toepassen van volkomen nieuwe technologieën zal gaan. Naar schonere technologie en naar technologie die een meer sociale maatschappij moet bewerkstelligen.

We moeten, zeker vandaag, vertrouwen dat het kan, we moeten vertrouwen in ons eigen technologische kunnen, vertrouwen in onze eigen fantasie. In tijden van historische schulden- en eurocrises misschien moeilijk, maar het is de enige weg. De weg naar een betere materiële, schone, gezonde en sociale toekomst. En, met Europees geld, de weg naar een Europa dat minder verdeeld zal zijn dan helaas vandaag nog altijd het geval is en beter de concurrentie met de zo sterk opkomende nieuwe mogendheden aankan. Wie weet leidt dit alles uiteindelijk zelfs tot stipt rijdende treinen.


Geschreven in Technologie | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Spaanse intelligentsia boos om rem op het internet

02. December 2009, 16:35

Sinds eind november heeft de Spaanse overheid, meer bepaald het Spaanse ministerie van Cultuur, aanzienlijk meer mogelijkheden om het internet op het Iberische schiereiland aan banden te leggen. Om internetpiraten de pas af te snijden en intellectuele rechten te vrijwaren, kunnen Spaanse websites zonder enige uitspraak van een rechter van de elektronische snelweg worden gehaald. Ook kunnen internet service providers worden gedwongen in het buitenland gehoste sites te blokkeren.

Prompt volgde een verontwaardigde reactie van Spaanse intelligentsia die – op talloze Spaanse websites en in andere media – een manifest publiceerden waarmee de beperking van meningsuiting en het ontoegankelijk maken van informatie en cultuur aan de kaak stelden. Onder meer via het onovertroffen boingboing.net ging het manifest in geen tijd de wereld rond. Ik wil u de tien punten van het manifest niet onthouden en vat ze voor u samen.

1.    Copyright mag nooit boven de fundamentele rechten van de burger op privacy, veiligheid, vermoeden van onschuld, effectieve gerechtelijke bescherming en vrijheid van meningsuiting worden gesteld.

2.    Het ontmenen van fundamentele rechten is een exclusieve competentie van rechters en dat moet zo blijven.

3.    De nieuwe wet leidt tot onzekerheid binnen de Spaanse ICT-ondernemingen en brengt zo schade toe aan een van de weinige sectoren die de economie een nieuwe toekomst kunnen bezorgen. Er zullen minder ICT-bedrijven worden opgestart, er zal minder competitie zijn en het imago van de Spaanse ICT wordt verzwakt.

4.    De nieuwe wet zet een rem op de creativiteit en verhindert verdere culturele ontwikkeling. Dat terwijl het internet en nieuwe technologieën precies het creëren en publiceren van tal van vormen van content hebben  gedemocratiseerd.

5.    Auteurs hebben, zoals iedereen, het recht te leven van hun creatieve ideeën, zakenmodellen en activiteiten die met hun creaties te maken hebben. Het is echter onmogelijk de stroom van kopieën die door de nieuwe media mogelijk is geworden, volledig te controleren en te beheersen. Daarom moeten nieuwe zakelijke modellen worden uitgewerkt.

6.    De culturele wereld heeft, om te overleven, moderne, efficiënte, geloofwaardige en betaalbare alternatieven nodig. De culturele wereld moet zich ook aanpassen aan nieuwe sociale praktijken.

7.    Het internet moet vrij blijven en mag worden tegengewerkt door groepen die er op uit zijn oude zakelijke modellen in stand te houden en de vrije stroom van menselijke kennis willen belemmeren.

8.    De overheid moet de neutraliteit van het net garanderen, want alleen zo kan het een kader zijn waarbinnen een duurzame economische ontwikkeling mogelijk is.

9.    Het systeem van intellectuele eigendomsrechten moet grondig worden hervormd om het voortbestaan van de kennismaatschappij te garanderen. Het publieke domein moet worden versterkt en de macht van organisaties die het beheren van copyrights misbruiken moet worden gelimiteerd.

10.    Ten slotte kan het niet dat wetten en de amendementen erop worden aangenomen zonder dat het publiek er voldoende inspraak in heeft gehad.


Geschreven in Technologie | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


1989, eeuwen geleden

03. Augustus 2009, 16:33

Praktisch Woordenboek Nieuwe Media (Filip van Brabander, Chriet Titulaer)In 1989 schreef ik, samen met Chriet Titulaer, een boekje. Een klein naslagwerkje, 112 pagina’s dik. Praktisch Woordenboek Nieuwe Media heette het. Ik was het al lang vergeten, maar toen ik deze week een ander boek zocht, zag ik het staan. Ik haalde het uit de boekenkast en legde het opzij.

Nu heb ik de mijns inziens goede gewoonte rond een uur of vijf ’s middags even het huis uit te gaan. Pc in slaapstand, even de ogen een wat weidser gezichtsveld bieden. In concreto betekent dit even naar de kroeg en daar wat kranten doornemen. Deze week hetzelfde scenario, maar ik nam dit keer ook het teruggevonden boekje mee. Zomers weer die dag, dus tijd voor het terrasje van de dorpskroeg.

Ik moet toegeven, aan de kranten kwam ik die avond pas veel later toe. Dat lag niet aan enige alcoholische exercitie, neen, het boekje eiste al mijn aandacht op. Niet dat het een meesterwerkje is, dat is het helemaal niet, maar het bracht me wel aan het lachen. 1989 zei ik, dat is ocharme twintig jaar geleden, en toch, het leek wel alsof ik over digitale middeleeuwen las.

Even grasduinen. Bij een foto van een chip staat het volgende bijschrift: ‘We zijn de één miljoen componenten per chip ruimschoots gepasseerd: micro-elektronica wordt steeds complexer.’ Een miljoen! Het zal de lezer van toen voor de ogen gewarreld hebben. Een miljoen componenten op zulk onnozel klein chipje? Het woord miljoenen maakte twintig jaar geleden nogal wat indruk, onder het lemma hard disk lezen we: ‘De capaciteit van een hard disk kan enkele honderden miljoenen lettertekens bedragen.’

Voor ik deze tekst straks op mijn blog zet, print ik hem snel nog even. Op mijn laserprinter. Ik zou er in 1989 niet aan moeten hebben denken. Want wat zegt ons boekje? ‘Aanvankelijk waren de prijzen van laserprinters erg hoog, maar nu zijn ze al te koop voor 60.000 frank en daarmee zijn ze gepromoveerd tot betaalbare randapparatuur voor personal computers.’ 60.000 frank, daar koop ik vandaag een pc, een notebook, een smartphone én laserprinter voor! Niet de top, maar toch…

Nu we met z’n allen digitale televisie in huis halen en onze beeldschermen aan anorexia gaan lijden, lezen we hoe het er twintig jaar geleden aan toe ging. Abonneetelevisie deed zijn intrede, Filmnet was het van het. En wat had de abonnee keuzemogelijkheden! Uit het boekje: ‘… en u heeft de keuze tussen verscheidene abonnementen: 625 frank voor 8 uur per dag, 833 frank voor 16 uur en 940 frank voor 24 uur. Een vierde mogelijkheid is een abonnement voor het weekeinde: 833 frank van vrijdagmiddag 15 uur tot maandagmorgen 7 uur.’ Daar moest je toch even voor gaan zitten.

Een van de grote voordelen van e-mail in 1989, toen nog consequent elektronische post genoemd? ‘Een bericht dat in het systeem wordt opgeslagen, kan aan de verschillende bestemmelingen worden gestuurd, terwijl de afzender slechts eenmaal de informatie aan het systeem moet verstrekken met een lijst van de bestemmelingen.’ En: ‘De snelheid (…) herleidt de duur van zelfs internationale communicaties tot een te verwaarlozen factor.’

En ten slotte de titel van het boekje zelf. Onder het lemma nieuwe media staat, ik citeer: ‘Een verzamelnaam voor nieuwe communicatiemiddelen zoals teletekst, Viditel en beeldplaat.’  Teletekst, ja dat gebruiken we nog wel een keer per maand, maar Viditel en beeldplaat? Ze waren nieuw, in 1989, maar waar zou ik nu nog een beeldplaat kunnen kopen? Ik vrees dat ik daarvoor naar de rommelmarkt moet.



Geschreven in Technologie | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Digitaal, tot de dood

29. Mei 2009, 16:31

Wesley, negenentwintig, Poekenaar en een goed vriend van me, woont en werkt sinds een paar jaar in het Zuid-Koreaanse Daejeon, een kleine 170 kilometer ten zuiden van Seoul. Na een doctoraal aan de Universiteit Gent – hij is doctor in de computerwetenschappen – is Wesley daar als onderzoeker verbonden aan het Korea Advanced Institute of Science and Technology (KAIST, www.kaist.edu/edu.html), meer bepaald aan het Department of Information and Communications Engineering.

Officieel is Wesley daar assistant research professor maar zelf geeft hij, bescheiden als hij is, de voorkeur aan de titel ‘senior researcher’. KAIST wordt wereldwijd beschouwd als de beste ‘engineering university’ van Zuid-Korea en wordt geleid door professor Nam Pyo Suh, ooit ‘department chair’ aan het fameuze Massachussetts Institute of Technology.
 
Digitale televisieWesleys onderzoek spitst zich toe op het coderen, aanpassen en annoteren van digitale beelden en videostromen. Hij is ook verantwoordelijk voor de begeleiding van een aantal Master- en Ph.D.-studenten en helpt hen met onderzoek en projectwerk. Verder probeert hij uiteraard op de hoogte te blijven van nieuwe ontwikkelingen in het domein van multimedia en toepassingen van sociale media. Duidelijk een technology watcher pur sang.

Om de drie, vier maanden vliegt Wesley even heen en weer. Voor een dag of tien verlaat hij zijn Koreaanse honk (baseball is in Zuid-Korea waanzinnig populair) om hier even het Vlaamse digitale ijzertijdperk in te duiken. Neen, laten we niet overdrijven, we maken daar de digitale middeleeuwen van. Zo achterlijk zijn we hier nu ook weer niet. Wesley doet daar niet denigrerend over, zeker niet. Maar wat hij ginds te zien krijgt is wel andere koek. In het Verre Oosten hopt hij geregeld van wereldstad naar wereldstad. Naar Beijing, naar Tokio, naar Shanghai, allemaal plaatsen waar technologie, en met name communicatietechnologie, huiskamer, kantoor en straatbeeld beheersen.

Uren kan hij erover vertellen, naar hem luisteren betekent voor mij, mens van de digitale middeleeuwen, met gretige ogen in de toekomst kijken. Hebbedingen waar wij nog maar van kunnen dromen, zijn in Zuid-Korea gemeengoed geworden. Niet alleen voor jongeren, ook oudere generaties zijn helemaal mee. Als ik hem in een Lotenhulse dorpskroeg trots mijn nieuwe mobieltje laat zien en hoe ik daarop mobiele televisie kan bekijken moet hij even een lach onderdrukken. ‘Ja … ja … het is een begin. Maar die beelden, toch een beetje schokkerig hoor.’ ‘Zou het aan dat toestel kunnen liggen?’ ‘Ja, dat ook natuurlijk, en aan de verbinding, die lijkt me toch ook niet helemaal je dat …’ Ik verbreek de verbinding en biedt hem nog een glas oerdegelijk bier van eigen bodem aan. Dat kan hij daar ook wel vinden, maar het kost je er een rib uit het lijf.

Een ander feest, telkens als de uitgeweken informaticus even terug is, is het pak Koreaanse kranten dat hij voor me meebrengt. Ik hou van kranten. Zodra ik weet dat iemand de grens oversteekt, vraag ik een krant voor me mee te brengen. Om het even welke krant, als ze maar leesbaar is. Ik lees geen Hangooko, dus is het in dit geval de Korean Times, in keurig Engels, bij elk bezoek weer een krant of tien, twaalf. Niets beter om, als je er toch niet zelf heen kan, de sfeer van een land op te snuiven dan een krant van dat land.

In een van de recentste edities van de Korean Times las ik een artikel van staff reporter Kim Tong-hyung. In dat artikel steekt hij de loftrompet over ex-president Roh Moo-hyun. De ex-president die door een corruptieschandaal tijdens zijn regeerperiode – zijn vrouw zou van een bevriend zakenman een slordige 4 miljoen euro hebben aangenomen – zwaar onder vuur was komen te liggen. En die er, toen hij de druk niet meer aankon, een eind aan maakte door op 22 mei van een rots te springen.

Vanwaar dan toch die loftrompet? Omdat Roh Moo-hyun volgens Kim Tong-hyung een van die weinige politici met een grote naam was die zich beter voelde achter een computerscherm dan met papier en dure vulpen. Voor het hedendaagse Korea is het een compliment uit duizend. In een land dat gefascineerd is door e-dit en e-dat, zo schrijft onze Koreaanse collega, was de ex-president – ooit zelf programmeur, gadgetfreak, actief internetpublicist en door de Koreanen ‘The Internet President’ genoemd – zowat de meest hippe staatsleider die een natie zich wensen kan. En dat alles jaren vóór Obama in zijn voetsporen trad.

Roh Moo-hyun verdiende inderdaad zijn digitale sporen. Hij introduceerde voor de overheid de eerste virtuele meetings, schreef zelf geregeld commentaar op de website van de regering. Hij was ervan overtuigd dat het internet een bijzonder effectief en efficiënt medium was om met de bevolking te communiceren. Ook zijn beleid was heel erg op nieuwe technologieën gefocust. Mede door zijn toedoen is Zuid-Korea in het vlak van mobiele communicatie, semigeleiders, displays, web services, robotica, innovatieve batterijen, digital broadcasting en andere speerpunttechnologieën, vandaag onmiskenbaar een grootmacht geworden.

Op 23 mei stond het nieuws van de dood van Roh Moo-hyun uiteraard ook in onze kranten. Die meldden dat hij voor zijn gezin een briefje had achtergelaten, een briefje waarin hij duidelijk maakte dat hij het lijden dat hij zovelen had aangedaan niet langer aankon, dat hij dat lijden op zich nam. Alleen, Roh Moo-hyun bracht de boodschap niet met vulpen en papier. Hij schreef zijn afscheidswoorden op de computer. Hij bleef digitaal communiceren, tot de dood. Verder reikt ook het digitale leven niet. Niet daar, niet hier.

 

Hoe populair ex-president Roh Moo-hyun onder internauten wel was, blijkt uit de talloze sites die een zwart rouwlint plaatsten (linksboven).



Geschreven in Algemeen | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Televisie voor de allerkleinsten

05. Oktober 2008, 16:27

"Ze beginnen er vroeger aan, meneer." Ik dacht eerst nog dat hij het over iets anders had. Maar toen hij zei, dat hij één, twee of drie jaar wel heel erg jong vond, wist ik dat het dat niet kon zijn. Hij had het over iets heel anders, en dat het niet lang meer zou duren of zelfs in de wieg zou een toestel worden ingebouwd. Hij had het over iets heel anders.

Child tvGelijk had hij. Misschien is het ook u al opgevallen, dat kinderen van drie, twee, of zelfs een jaar oud urenlang voor de kwebbelbuis worden neergepoot. De elektronische babysitter, want zo het toestel al gauw genoemd, moeten het hebben van die toch zo drukke vader en zelfs een moeder overnemen. Het is geen zicht. Steun, huilend, of zelfs kraaiend van de pret, is er van enige interactiviteit, toch elementair voor de ontwikkeling van het kind, geen sprake.

INTERACTIE?
Willen of niet, na fopspeen en ratel, is televisie tegenwoordig het eerste opgedrongen hebbeding. Steeds meer stations gaan op de trend in, nog voor zonsopgang en tot laat na zonsondergang kan baby of peuter aan de elektronische surrogaatouder worden overgeleverd. Heel anders dan toen de babyboomers zelf nog zo jong waren, en met veel geluk en na een hele dag braaf zijn, 's avonds hooguit één aan hun leeftijd aangepast programma konden bekijken. Veel keuze was er overigens niet. Het aanbod was beperkt tot een handvol stations. Vandaag zijn er kanalen die exclusief op de allerkleinsten zijn gericht.

Hoe makkelijker de oplossing voor de ouders ook mogen lijken, hier is iets gevaarlijks aan de hand. Op zo jonge leeftijd moet het brein van kinderen nog volop worden ontwikkeld. Dat kan alleen als er met de omgeving voldoende interactie is. En ook al is interactieve televisie tegenwoordig bijzonder in, van interactiviteit tussen de treurbuis en het jonge publiek, is helaas geen sprake. De fel gekleurde figuurtjes op het scherm, weten uiteraard niet hoe het kleine grut op hun activiteiten reageert.

Gelukkig wordt nu tegen de babyzenders gereageerd. Frankrijk, waar een aantal van deze stations actief is, verbiedt dit soort kanalen en programma's vanaf 1 november. Buitenlandse zenders ontsnappen aan dit verbod, maar moeten hun uitzendingen vooraf laten gaan door de waarschuwing dat televisiekijken de ontwikkeling van de kinderen kan verstoren. Helaas heeft niet iedereen evenveel oor naar de waarschuwingen van psychologen en pedagogen.

Zo startte in Vlaanderen onlangs een nieuw digitaal kanaal voor kinderen tot 10 jaar. Gelukkig worden de kinderen in een aantal programma’s van dit kanaal nog aangemoedigd mee te dansen of te zingen. Zo komt er toch wat beweging in het kleine grut. Bovendien is de programmatie aangepast aan het moment van de dag. Opwekkend ’s ochtends, aangepast aan kinderfeestjes op woensdagmiddag en tijdens het weeken. Maar ook hier blijft het gevaar dat de kinderen niet echt participeren en als piepjonge couch patatoes alles wat op het scherm gebeurt gewoon ondergaan.

BibigoneKan het nog erger? Ja! In Rusland werd, onder stevige druk van president Poetin, kanaal Bibigone opgestart. Poetin verzet zich met het kinderkanaal tegen het overaanbod van buitenlandse programma’s voor de jongsten en bereidde de komst ervan tot in de kleinste details mee voor. De bedoeling van Poetin ligt voor de hand: de jonge staatsburgers tot goede Russen kneden. De Russische overheid heeft voor het hebbeding een slordige 39 miljoen euro gereserveerd.



Geschreven in Algemeen | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Mijn netwerk van landweggetjes

25. Juni 2008, 16:25

Bij een hebbeding denken we in de eerste plaats aan iets kleins. Iets dat zeg maar in je broekzak past, of in een damestasje. Maar er zijn ook grote hebbedingen. En als we het over groot hebben, kijken we meteen naar die andere kant van de grote plas. ‘Big is beautiful’, het is een gedachte waarmee Amerikanen worden geboren, een idee dat we alleen met de allergrootste moeite onder hun hersenpan vandaan kunnen halen. Neem nu die SUV’s en andere Hummers. Voor nogal wat Amerikanen dé natte droom.

HummerHelaas is het nu zo dat, als die Amerikanen iets leuk vinden, ook hier nogal wat mensen dat leuk willen vinden. Na de chewing gum, het soft ice en de hamburgers werden ook de grotere coryfeeën aangesleept. Je rijdt hier over rustige landweggetjes – ik woon middenin een uitgebreid, fijnmazig netwerk van kleine landweggetjes, dus kom ik er wel vaker – en dan zie je ze opduiken. Een uit de kluiten gewassen SUV of zo’n monster van een Hummer. Nu zou je denken dat die vierwielers gemaakt zijn om het ruwste terrein te overwinnen, maar neen, het zijn wij die, met onze doorsnee gezinswagen hobbelend de berm in moeten.

HUISELIJK VLIEGTUIGJE
Gelukkig is er hoop. De nogal benarde economische situatie en de steeds strenger wordende milieueisen hebben ook de Verenigde Staten in hun greep. En er is vooral de perperdure olie. Vier dollar voor een gallon, een kleine vier liter benzine, ook voor Uncle Sam is het even slikken. De toestand is zo dramatisch veranderd dat autoconstructeurs als General Motors en Ford – met wie het allemaal begon – besloten de productie van grote wagens drastisch terug te schroeven.

Oef denk je dan, die zijn we dan ook weer kwijt. Dat dacht je maar. Kan het niet langer over de weg, dan gaan de Amerikanen het wat hoger zoeken. In het zuiden van California ontwikkelde Icon ‘the ultimate recreational vehicle’. Dat vehikel, de Icon A5, is niets meer of niets minder dan je eigen privévliegtuig. Niet zo’n onbetaalbare jet waarmee de beau monde even snel naar New York gaat shoppen of in Napels een pizza kaviaar gaat halen. Neen, de Icon A5 is een, hm, betaalbaar vliegtuig dat je thuis in je eigen garage stalt.

Icon vliegt  Icon opgevouwen  Icon cockpit

Icon hield met de A5 consequent het beeld van de ‘gewone’ consument voor ogen. In de Verenigde Staten kan je met de tweezitter de lucht in met een Sport Pilot License. Die haal je na 20 lesuren, de vliegschool beurt 3.000 à 4.000 dollar. Hoger dan 10.000 voet mag de A5 niet, hij haalt een top van zo’n 180 kilometer per uur (apart is dat hij met een snelheid van 75 kilometer per uur nog keurig in de lucht blijft) en je komt er 450 kilometer ver mee.

Verkrijgbaar vanaf 2010 betaal je voor de Icon A5 – Business Week heeft het over ‘the people’s plane’ – een slordige 139.000 dollar. Snel even opzoeken wat een Hummer kost … Een Hummer H3 V8 Luxury kost, zo vind ik op het net, 79.490 euro of bijna 125.000 dollar. Tiens, dat komt aardig in de buurt van die A5. Dan kan zo’n vliegtuigje daar misschien toch nog bij? Als hebbeding, om met dichtgeklapte vleugels, op de oprit voor het huis de ogen van de buren uit te steken?

MET Z’N TWEETJES IN ZEE
CQ1 en CQ2Ook heel wat dichter bij huis worden nieuwe, relatief grote hebbedingen gebouwd. Wat dacht je van je eigen privéduikboot? Bij UBoat Worx in Breda kan je er alvast een bestellen: een éénzitter (de C-Quester 1 of CQ1) of een tweezitter (de C-Quester 2 of CQ 2). Ofschoon de constructeur op zijn site geen prijzen opgeeft – die moet je even aan een dealer vragen – lazen we elders dat de eenzitter waarschijnlijk zo’n 110.000 dollar, de tweezitter zo’n 240.000 dollar moet gaan kosten.
 
De CQ1 en de CQ2 gaan beide volkomen veilig tot 50 meter diep en blijven twee en een halfCQ1 uur onder water. Met een lengte van 278 centimeter, een hoogte van 183 centimeter en een breedte van 184 centimeter weegt de CQ1 1.100 kilogram, de tweezitter weegt het dubbele. Voor u naar de dealer stapt: voor u de dieperik ingaat moet u eerst een UBW Underwater Pilot License halen. Maar ook daar weet diezelfde dealer u alles te vertellen.

Laatste vraag: hoe kom je nu met dat privévliegtuig bij een vliegveldje? Of met die privéduikboot bij voldoende diep water? Geen probleem toch? Daar zijn toch trekhaken, trailers, SUV’s en Hummers voor? Ik zie ze, oh gruwel, al komen, over mijn landweggetjes.



Geschreven in Algemeen | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken


Hebbeding der hebbedingen

21. Mei 2008, 16:21

Ik hoef u niet te vragen wat het zou kunnen zijn, hét hebbeding der hebbedingen. Om de drie dagen gaan er wereldwijd bijna een miljoen stuks van over de toonbank. Er zijn er zo rond de drie miljard van in omloop, sommigen hebben er twee. Of meer dan twee. De kans dat u, die dit leest, er geen heeft is quasi nihil. We hebben het, maar dat raadde u al, over de mobiele telefoon. Zelden heeft een apparaat in zulke korte tijd de wereld veroverd. Goede concurrent is de cd, maar die begint door het vele downloaden en ander muziekdragers toch langzamerhand op z’n laatste benen te lopen. Overigens, wat die muziekdragers betreft, ook de toekomst daarvan ziet er niet al te rooskleurig uit. Waarom nog een aparte mp3-speler als die toch al in je mobieltje is ingebouwd?

En zeggen dat het allemaal niet zo’n vaart zou lopen. In de jaren tachtig van vorige eeuw voorspelde marktonderzoeksbureau McKinsey dat over de hele wereld in 2000 hooguit 900.000 mobiele telefoons in gebruik zouden zijn. Marktonderzoekers kunnen zich echter, net als opiniepeilers, grondig vergissen. In 1998 al werden wereldwijd meer mobieltjes verkocht dan auto’s en pc’s samen. Vijf jaar later, in 2003 werd het miljardste toestel verkocht. Hoe de marktonderzoekers, of producent Nokia – want de Finnen bouwden dat miljardste toestel – het hebben kunnen nagaan blijft voor mij een raadsel, maar het historische apparaat werd verkocht in Nigeria. Nu is de kaap van de drie miljard, afhankelijk van het onderzoeksbureau, in zicht of al overschreden.

JALOERSE BLIKKEN 

DynaTacAls journalist heb ik het van nabij kunnen volgen. Eind jaren tachtig, en vooral in de jaren negentig, ging bijna geen week voorbij of er was een persconferentie waarop weer een nieuw toestel werd voorgesteld. We hadden het enorme genoegen veel van die toestellen te mogen testen. Veel jaloerse blikken gezien in die tijd. Om de haverklap je mobieltje kunnen inruilen voor een ander dat weer dát ietsje geavanceerder was, dat weer een ander een verrassend (maar soms ook volkomen overbodig) technologisch snufje aan boord had. Voor iemand die van hebbedingen houdt waren het hoogdagen.

Het is dan ook met enige ontroering dat ik op YouTube een prachtig filmpje bekeek. Zoek op YouTube naar “evolution of mobile phones” en u ziet dat het al een aantal keren is geplaatst. Sober geanimeerd laat het zien hoe de mobiele telefoon evolueerde, van de eerste écht draagbare Motorola DynaTAC – de eerste die los van de auto kon worden gebruikt maar nog altijd bijna even groot was als de doos van een paar schoenen, pakweg maat 36 – tot een aantal futuristische modellen die we wel snel op de schappen zullen zien staan.

Lange tijd bleken de technologen alleen steeds lichtere en compactere toestellen te ontwikkelen. Tot in 1996, opnieuw Motorola, de op de serie Star Trek geïnspireerde StarTAC op de markt bracht: het eerste openklapbare toestel, meteen ook het eerste vibrerende. Andere historische introducties volgden in 1999 met de Nokia 7110 (voor het eerst met een gsm en WAP het internet op), in 2000 weer Nokia met de 3210 (de antenne was in het toestel geïntegreerd) en in 2001 Sharp met de J-SH04 (de eerste gsm met ingebouwde camera, goed voor zomaar eventjes 100.000 pixels …). Kijkt u rustig naar het vervolg, misschien wordt ook u er even nostalgisch van.

Zoek vandaag een mobieltje dat niks, maar dan ook niks anders kan dan telefoneren. Makkelijk is het niet. Vandaag zijn gsm-toestellen, zeker de wat duurdere, complete kantoren. Alles heb je bij de hand: camera, camcorder, notitieboekje, agenda, FM-radio, videospeler, MP3-speler, gps-toestel, kompas, toeristische gids, live televisie, noem maar op. Ja, dat mag u doen, bedenk zelf wat nog aan dat mobieltje kan worden toegevoegd. Laat ons weten wat er nog meer in zou moeten. In dat mobieltje dat geen hebbeding meer is, maar een hele winkel aan hebbedingen. 

 



Geschreven in Algemeen | 0 Reacties | Vaste link | Afdrukken